Netherlands Journal of Legal PhilosophyAccess_open

Book Review

Jon Elster, Reason and Rationality

Keywords methodic individualism, choice theory
Authors
Show PDF Show fullscreen
Author's information Statistics Citation
This article has been viewed times.
This article been downloaded 0 times.
Suggested citation
Dr. mr. Bertjan Wolthuis, "Jon Elster, Reason and Rationality", Netherlands Journal of Legal Philosophy, 3, (2009):263-265

Dit artikel wordt geciteerd in

      Jon Elster, Reason and Rationality, translated by Steven Rendall. Princeton: Princeton University Press, 2009, 79 p.

      Jon Elster hangt het methodisch individualisme aan. Hij ziet de sociale werkelijkheid als de optelsom van talloze door individuen gemaakte keuzes. Elk van die keuzes wordt begrepen als te zijn ingegeven door een zekere calculatie van de kant van het individu. De keuze is rationeel wanneer zij de uitkomst is van die berekening. Deze benadering wordt wel rational choice (hierna ‘rationele keuze-theorie’) genoemd en is door Elster in het verleden in verschillende richtingen uitgewerkt. In Elsters jongste publicatie, Reason and Rationality (een uit het Frans vertaalde inaugurele toespraak voor het Collège de France op 1 juni 2006) lijkt de auteur uit te zijn op een verbreding van zijn blik.
      Elsters oogmerk is namelijk om het begrip rationaliteit uit de rationele keuze-theorie en het begrip redelijkheid uit de morele en politieke filosofie te verhelderen, door ze in onderlinge samenhang te bezien. Vooraf kan worden opgemerkt dat een dergelijke exercitie alleen geslaagd kan worden genoemd, wanneer het de auteur lukt beide benaderingen beter uit te laten komen, bijvoorbeeld door aanschouwelijk te maken hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het alternatief, dat de ene theorie wordt ingekapseld door de andere, kan aanhangers van beide benaderingen uiteraard niet tevreden stellen.
      Elster omschrijft redelijkheid als de onpartijdige behandeling van personen en tijdvakken. Deze omschrijving “is not based on a canonical definition, because there is none”, want: “[w]hereas the theory of rational choice has been elaborated with great precision, the same cannot be said of the idea of reason.” (p. 7) Zo excuseert Elster zich voor het ontbreken van een serieuze bespreking van het begrip redelijkheid.
      De rationele keuze-theorie kan op meer aandacht van de auteur rekenen. Deze theorie is van huis uit normatief, legt Elster uit, maar wordt ook gebruikt om gedrag of keuzes te verklaren: “It begins by stating how agents should act in order to realize their goals, and then proposes to explain their actions on the hypothesis that they actually behave in that manner.” (p. 14) Een rationeel individu zal de handeling kiezen die volgens zijn eigen overtuigingen (“beliefs”) het best zijn verlangens (“desires”) bevredigt. Dit begrip van rationaliteit moet volgens Elster niet worden vereenzelvigd met egoïsme. Een individu kan immers verlangen anderen onpartijdig te behandelen. “Any coherent desire, whether egoistic, altruistic, or malicious, is compatible with the demands of rationality.” (p. 17) De opvattingen of overtuigingen op basis waarvan een individu keuzes maakt, moeten welingelicht (“well-founded”) zijn om te kunnen spreken van rationele keuzes. Maar de informatie waarop overtuigingen kunnen worden gestoeld, is altijd beperkt en een rationeel individu bepaalt eerst hoeveel tijd hij wenst te besteden aan het verzamelen van informatie.
      Elster brengt vervolgens redelijkheid en rationaliteit bij elkaar door de categorie van de motivaties te introduceren:

      “Whereas desires bear directly on the action to be undertaken, motivations are more general attitudes that give rise to desires. Thus the desire to punish someone who has offended you can be produced by self-interested calculation, by an emotion, or by an impartial principle of retributive justice.” (p. 45)

      Elster onderscheidt drie hoofdmotivaties: redelijkheid, emoties en eigenbelang. Vervolgens neemt hij, zonder daarvoor te argumenteren, het gezichtspunt in van het individu dat gevoelig is voor de maatschappelijke waardering voor de motivatie van waaruit wordt gehandeld. “To win praise or avoid blame, it is in a rational agent’s interest to make his motivation appear to be located at a level in the hierarchy more elevated than it is in fact.” (p. 50) Met andere woorden: het is in het belang van het individu om hypocriet te zijn.
      Vanuit dit gezichtspunt analyseert Elster vervolgens de sociale werkelijkheid. In de politiek bijvoorbeeld wordt geargumenteerd in termen van algemene belangen (redelijkheid), ook al zijn standpunten mogelijk ingegeven door eigenbelang. Van deze hypocrisie gaat overigens wel een beschavende werking op de spreker uit. Elster noemt dit “the civilizing power of hypocrisy”. Zo kan de spreker in het openbare debat de argumenten die hem vandaag goed uitkomen, later niet zo maar inruilen voor andere, die dan beter zijn eigenbelang zouden dienen. Elster spreekt van “a constraint of consistency”. Deze beperking is zelf ook weer strategisch van aard; de spreker laadt anders immers de verdenking op zich hypocriet te handelen.
      Alles overziend, kan geconcludeerd worden dat Elster erin is geslaagd de rationele keuze-theorie op heldere wijze voor het voetlicht te brengen. Wat dit betreft is Reason and Rationality te lezen als een beknopte, mooi geschreven inleiding tot Elsters inmiddels omvangrijke oeuvre. Maar redelijkheid is door Elster niet op voet van gelijkheid met rationaliteit besproken. Redelijkheid wordt door hem tot onderdeel van de rationele keuze-theorie gedegradeerd. Redelijk handelen wordt geanalyseerd vanuit het gezichtspunt van het individu dat uit is op lof. Het gaat dan al vlot over het wekken van de indruk redelijk te zijn. Uiteindelijk is Elsters pointe dat het rationeel is om redelijk te schijnen.
      Elster kan ook niet recht doen aan het begrip redelijkheid, vermoed ik, zolang hij blijft vastklampen aan het methodisch individualisme dat aan de rationele keuze-theorie ten grondslag ligt. In de morele en politieke filosofie wordt redelijkheid juist opgevat als een norm of waarde die onafhankelijk is van individuele doelstellingen en waarderingen. Zij kan bijvoorbeeld worden gezien als bepalend voor argumentatiespelen, die begrepen moeten worden als te zijn gericht op rationele overeenstemming tussen de deelnemers (Jürgen Habermas). Vanuit dit perspectief beschouwd, wordt in het politieke debat aan algemene belangen geappelleerd omdat alleen zo overeenstemming kan worden bereikt. (Elster verklaarde dit uit maatschappelijke druk: de spreker jaagt zijn eigenbelang na, maar verbloemt dit om ook maatschappelijke goedkeuring te kunnen oogsten.) De consistentiebeperking, die door Elster ook strategisch wordt verklaard, is binnen dit normatief sociologische perspectief een beperking die voortvloeit uit de waarachtigheid van de spreker, een norm die onlosmakelijk met het argumentatieproces is verbonden. Maar dat sociale processen een eigen dynamiek kennen, dat er naast individuele doelen ook sociale normen zijn, verankerd in eeuwenoude maatschappelijke praktijken, kan Jon Elster onmogelijk erkennen zolang hij zijn individualisme niet prijsgeeft. Dan moet de redelijkheid wel het onderspit delven in een confrontatie met de rationaliteit.

Citation format

Would you like to cite a publication in the Netherlands Journal of Legal Philosophy? You could do this in the following way:

Christoph Kletzer, ‘Absolute Positivism’, NJLP 2013/2 p. 87-99


Print this article